evenwichts economie
De
Evenwichts­economie

Voor evenwicht in
economie, samenleving en milieu

MILIEU PROBLE­MEN EN WEI­NIG TOEKOMST­GERICHT BELEID

en het antwoord van de evenwichts­economie

Andere economie,
andere
toekomst

Bij het voorafgaande thema, Als individu machteloos tegenover milieu­problemen, paragraaf 2, is toegelicht dat de evenwichts­economie wel prioriteit kan geven aan problemen die niet doeltreffend kunnen worden opgepakt door de vrije­markt­economie en door regeringen.
Dat kan de evenwichts­economie namelijk omdat ze niet gericht is op snelle winsten en wereldwijd als één geheel kan opereren, (in principe) niet beperkt door landsgrenzen.

In dit thema wordt bekeken waarom de evenwichts­economie wel lange­termijn­beleid kan maken en uitvoeren.
Een belangrijke voorwaarde is dat consumenten de mogelijkheden hebben en begeleid worden bij het maken van keuzes gericht op de lange termijn. Daarnaast moet de uitvoering van lange­termijn­beleid goed georganiseerd zijn. Hierover gaat de laatste paragraaf.

1. Burgers laten het 'vrije­markt­denken' los

Bij het thema Consumenten­bestedingen remmen de economie komt naar voren dat consumenten onder invloed van de vrije­markt­economie vooral kijken naar hun eigen voordeel en naar de korte termijn. Hierdoor is er nauwelijks beleid te maken dat gericht is op samenwerking en op de toekomst. De evenwichts­economie stimuleert consumenten als volgt om dit vrije­markt­denken los te laten.

Keuze voor belang van het geheel is ook in eigen belang
De eerste stap is burgers te stimuleren om zich actief en positief op te stellen. Actieve, positieve burgers kunnen namelijk beter open staan voor het belang van het geheel. De in de evenwichts­economie centraal staande aandacht en begeleiding zorgt ervoor dat mensen meer oog krijgen voor elkaar en men vertrouwen krijgt in de gemeenschap waar men deel van uitmaakt. De aandacht en begeleiding is er ook op gericht dat iedereen -op zijn eigen manier- invulling kan geven aan samenwerking binnen de gemeenschap. Uiteindelijk heeft iedereen die deelneemt aan de evenwichts­economie ook de verantwoordelijkheid een constructieve bijdrage te leveren aan de evenwichts­economie. Bij Actieve democratie, paragraaf 3 wordt toegelicht hoe hiervoor de basis wordt gelegd.
In de structuur van de evenwichts­economie kiest de burger voor duurzaam en toekomstgericht
Bij het thema Ontstaan sociale cohesie wordt toegelicht dat de evenwichts­economie de ideale voedingsbodem vormt voor het ontstaan van sociale cohesie. Als zo'n sociaal coherente samenleving de zeggenschap heeft over de productiemiddelen (Organisaties in handen van de gemeenschap) en winst maken een ondergeschikte rol speelt (Focus op geld, paragraaf 3) zal de productie van goederen zo gebeuren dat de samenleving daar optimaal voordeel van heeft. Dan zullen arbeidsomstandigheden goed zijn, er goede producten gemaakt worden en op het milieu gelet worden. De consument die ook werkt in organisaties die zijn goederen maken, is een andere consument. Dit is uitgebreider toegelicht bij de Consument gaat anders denken.

En omdat de economie stabiel is, kan men ook kijken naar de toekomst. (Degelijke economische basis)
De vraag die men zich dan kan permitteren om te stellen, is:
hoe kan de samenleving zo ingericht worden dat mijn kinderen ook een goed leven hebben? Hierdoor onstaat de focus op de toekomst en zal beleid gericht op een goede, duurzame toekomst ontwikkeld worden.

In de onderstaande verhelderende reportage Broederschap wordt met wetenschappelijke inzichten onderbouwd dat een samenleving met sociale cohesie en zorg voor elkaar -broederschap- weldegelijk kan functioneren. De condities die zorgen voor broederschap maken ook onderdeel uit van de evenwichts­economie.

Reportage serie: Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap' afl 3 Broederschap
Structuur van de evenwichts­economie gericht op stabilisatie
In de bovenstaande reportage Broederschap wordt toegelicht dat een samenleving met sociale cohesie -broederschap- alleen kan functioneren als er ook gecontroleerd wordt of iedereen zich aan de gemeenschappelijk gemaakte afspraken houdt. Ook in de evenwichts­economie zorgen mensen uit de gemeenschap dat men zich aan de gezamelijk gemaakte afspraken houdt.

De gemeenschappelijk geaccepteerde regels van de evenwichts­economie zijn vastgelegd in richtlijnen (Duidelijke richtlijnen). Als iemand deelneemt aan de evenwichts­economie accepteert hij automatisch de regels die bij die economie horen. Deze richtlijnen zijn globaal en iedere lokale gemeenschap kan daar eigen afspraken aan toevoegen.

Iedere deelnemer heeft in principe de vrijheid om maar voor een deel aan de richtlijnen te voldoen. Dat houdt echter ook in dat de deelnemer maar voor een deel kan genieten van alle voordelen die bij de evenwichts­economie horen. De Handhavende organisatie houdt van iedere deelnemer bij in hoeverre hij deelneemt aan de evenwichts­economie.

Zodra een deelnemer meer keuzes maakt die primair gericht zijn op eigen belang belandt hij weer in de vrije­markt­economie. De deelnemer maakt dan geen gebruik meer van de voordelen en de sociale voorzieningen die onderdeel uitmaken van de evenwichts­economie. De richtlijnen van de evenwichts­economie en de handhaving daarvan zorgen er dus voor dat binnen de evenwichts­economie de gemaakte afspraken van kracht blijven.

2. Lange­termijn­beleid vormt een structureel onderdeel

De Verbindende organisatie maakt het lange­termijn­beleid in samenspraak met de gemeenschap en voert het uit. Deze organisatie is, zoals we nu zullen zien, zo ingericht dat democratisch beleid met name op de lange termijn de boventoon voert.

De Verbindende organisatie kent geen verkiezingen waarbij door verkiesbare kandidaten aan kiezers korte­termijn­beloften moeten worden gemaakt om gekozen te worden. Daarnaast ontbreken ook de bij verkiezingen horende snel van politieke statuur wisselende bestuurders, waardoor lange­termijn­beleid wordt bemoeilijkt.
De Verbindende organisatie bestaat uit mensen die samenwerking organiseren en die samenwerking en de gemeenschap voorop stellen. Zij worden geacht het algemeen belang te dienen. En wel zodanig dat de bevolking als geheel wordt meegenomen bij het voeren van beleid.

Dat is anders dan in de politiek, waarbij kiezers kiezen vanuit eigen perspectief en eigen belang. De gekozen partij gaat dan politiek uitvoeren die indruist tegen belangen van andere groepen . En kiezers zijn teleurgesteld als hun partij niet levert waarvoor men gestemd heeft.
Deelnemers aan de even­wichts­eco­nomie hebben gekozen voor samenwerking, dus voor het collectieve belang. Dat kan alleen als zij zelf zoeken naar gemeenschappelijke grond. Zij komen onder begeleiding van de Verbindende organisatie tot iets waar de gemeenschap als geheel zich in kan vinden.

Hierdoor wordt het op korte termijn en op eigen belang gerichte democratische kiessysteem geïnspireerd op de gedachte van de vrije markt vervangen door een democratisch kiessyteem dat gericht op samenwerking en daardoor ook op de lange termijn. Want bij goede samenwerking is er altijd sprake van een lange termijn relatie.

De Verbindende organisatie organiseert overleg en samenwerking binnen haar gemeenschap. Het is aan de bestuurders van de Verbindende organisatie om consensus over beleid binnen de gemeenschap te bereiken. De sociale structuur binnen de evenwichts­economie en de overleg­structuur gestimuleerd door de Verbindende organisatie bevorderen dat er beslissingen genomen worden die in het voordeel zijn van het geheel. En daar horen automatisch de beslissingen bij die ook op de lange termijn de maatschappij stabiel houden.

Een laatste reden waarom lange termijn beleid de boventoon voert is het verschil tussen bedrijven in de vrije markt en organisaties in de even­wichts­eco­nomie.
Bedrijven zijn veelal gericht op winst op de korte termijn: iedere transactie moet geld in het laatje brengen.
Organisaties hoeven helemaal geen winst te maken. Zij zijn gericht op het in stand houden van een samenleving waarin men zich goed kan voelen, een samenleving waarin de mens en niet het geld centraal staat. Om dit voor elkaar te krijgen zal onder andere veel lange termijn beleid gericht op het stimuleren van een bloeiende economie en een goed milieu centraal staan.