evenwichts economie
De
Evenwichts­economie

Voor evenwicht in
economie, samenleving en milieu

ECONOMISCHE PROBLEMEN

en het antwoord van de evenwichts­economie

Een balans
in de mate van
(on)gelijkheid

De econoom Piketty heeft een vrij uitgebreid en baanbrekend onderzoek gedaan naar ongelijkheid. Zijn voornaamste conclusie in een notendop: de groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk remt de economie. Naar aanleiding van het bezoek van de econoom Piketty aan de Nederlandse regering in november 2014 barste de discussie los over de resultaten van zijn onderzoek. De voornaamste argumenten tegen zijn onderzoeksresultaten zijn: Het verschil tussen arm en rijk is in Nederland zo klein dat hierdoor geen rem op de economische groei ontstaat. En de vraag is of de kloof wel zal groeien. De argumenten voor en tegen vertegenwoordigen de politieke tegenstellingen tussen links en rechts.

Los van deze politieke discussie worden nu getallen en grafieken over de omvang van ongelijkheid en de effecten hiervan gepresenteerd. Hierbij is gestreefd naar het weergeven van objectieve feiten.
Of deze objectieve feiten zeggen dat gelijkheid al dan wel niet groeit hangt af van hoe je ongelijkheid meet. De politieke tegenstellingen bij dit onderwerp worden gevoed doordat iedere stroming zich baseert op een meetmethode die de eigen de eigen opvattingen over dit onderwerp bevestigt. Deze meetmethoden worden besproken in paragraaf 2.1.

Is er een kloof tussen arm en rijk? En groeit die kloof? Om deze vragen te beantwoorden moeten we naar het gehele plaatje kijken, niet alleen Nederland en België. De ontwikkelingen in deze landen zullen namelijk ook bepaald worden door de ontwikkelingen in Europa en de rest van de wereld. Dit komt aan bod in paragraaf 1 tot en met 5.

In paragraaf 6 staat het praktisch antwoord van de evenwichts­economie op hoeveel verschil in inkomen en kapitaalbezit goed is voor de plaatselijke economie, los van de politieke discussie over de wenselijkheid van ongelijkheid.

Bij een volgend thema Minder ongelijkheid vormt een degelijke economische basis worden de hier gepresenteerde data over ongelijkheid in een breder kader geplaatst.

1. Armoede blijft mogelijk schoksgewijs groeien

1.1. Een aanzienlijk deel van de bevolking leeft tijdens de crisis in armoede

Het PewResearchCenter onderzocht in 2013 wereldwijd hoeveel procent van de mensen op enig moment gedurende het jaar geen eten heeft kunnen kopen. [1]
In Europa blijkt dat gemiddeld 16% te zijn.

Diverse onderzoekers in Europa definiëren een armoede grens op verschillende manieren. Men spreekt van een inkomen onder het bedrag om van rond te komen (Vere­nigd Konink­rijk), van de armoedegrens van de Europese Commissie (Duitsland), de armoedegrens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (Nederland). Enkele cijfers met betrekking tot armoede zijn hieronder weergegeven.
De bronvermelding geeft meer inzicht over de in het onderzoek gehanteerde definitie.

Armoede cijfers tijdens crisis, rond 2014
Onder de
armoe­de­grens
Werk­loosheid Bronnen
Nederland 9% 8,4%
België 15% 8,6%
Duitsland 16% 6,7%
[6]
Vere­nigd Konink­rijk 22% 7%
[7]

Omdat 'onder de armoedegrens' per onderzoek anders gedefinieerd is, zijn deze cijfers niet een-op-een vergelijkbaar. Deze kolom geeft slechts een globaal beeld.


De tabel geeft weer dat nogal wat mensen, ook werkenden, in armoede leven tijdens de crisis. Door de duur van de crisis staan deze mensen op achterstand, ook als de economie daarna weer aantrekt.

1.2. Armoede neemt maar beperkt af bij een aantrekkende economie

In Nederland is sinds de crisis is armoede met 40 procent toegenomen. In 2016 wijzen de statistieken uit dat het aantal mensen in armoede na de crisis weer weer wat terug loopt. Maar langdurige armoede blijkt hardnekkig.[8]

Ook lijkt het erop dat er na de crisis veel meer Nederlanders in armoede leven dan de statistieken tonen. [9]


Als nu de armoede tijdens de afgelopen crisis zo sterk is toegenomen en de aantrekkende economie niet veel soelaas biedt voor de armen, dan is het zeer goed mogelijk dat de armen in de volgende crisis -die er ongetwijfeld aankomt- in nog slechtere omstandigheden terecht zullen komen.

2. Verschil tussen arm en rijk blijft groeien

Ook lang na de crisis van 2008 en ten tijdes van de corona crisis 2019/2020 blijft ongelijkheid een belangrijke factor in de wereld. Onderstaande dopcumentaire geeft weer waarom de onrechtvaardige ongelijkheid maar niet vermindert.

Kijken bij de rijken, VPRO Tegenlicht 12-4-2020

Tot nu toe is in het midden gelaten of ongelijkheid in een samenleving betrekking heeft op de beloning voor werk of het eigen vermogen. Bij dit laatste wordt geld verdiend met veelal beleggingsproducten of rente. Dit wordt ook wel rendement op kapitaal genoemd. We zullen nu mogelijke groei in inkomensverschillen en in vermogensverschillen afzonderlijk bekijken.

2.1. Inkomensverschillen groeien

Dat het verschil tussen arm en rijk groeit, is maar ten dele te wijten aan de groei van inkomensverschillen.

De inkomensongelijkheid binnen Europa neemt toe, [10] maar in Nederland nauwelijks volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Toch komen andere onderzoeksbureaus tot een andere conclusie. De OESO werkt namelijk met de zogenaamde Gini-coëfficiënt waardoor groeiende ongelijkheid tussen extreem arm en extreem rijk minder goed naar voren komt. Door de armste en de rijkste groep van de bevolking direct met elkaar te vergelijken ontstaat een ander beeld zoals we nu zullen zien.

De Zwitserse bank USB concludeert dat bestedingsverschillen van huishoudens toenemen, ook in Nederland.
De Zwitserse bank UBS, publiceerde eind 2013 een researchrapport over ongelijkheidsgroei ten tijde van crisis. [11] [12]
Zij onderzochten de periode van 2008 tot en met 2012. In plaats van huishoudinkomens per hoofd van de bevolking in de berekening mee te nemen, rekenen zij met de daadwerkelijke huishoudinkomens. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande grafiek.
De huishoudinkomens zijn opgedeeld in 10 categorieën. In de grafiek staat bij ieder land links de groei van het 10% van de laagste huishoudinkomens oplopend tot 10% van de hoogste huishoudinkomens. De huishoudinkomens zijn gecorrigeerd voor de inflatie. De inflatie is in iedere categorie anders. Lagere inkomens verdelen hun geld anders over producten en diensten dan de hoogste 10% van de bevolking. Zij besteden bijvoorbeeld een groter deel van hun inkomen aan voedsel, energie en wonen. En aangezien juist die producten en diensten sneller duurder zijn geworden, versterkt dat de trend dat ook nominaal gezien huishoudens met lagere inkomens hardere klappen krijgen dan die met hogere inkomens. Dus zo groeit de ongelijkheid alleen maar door. De laagste huishoudinkomens in Nederland zijn er van 2008 tot en met 2012 22% op achteruit gegaan. De hoogste huishoudinkoms zijn er in dezelfde periode 10% op achteruit gegaan. Ook in de andere landen is te zien dat lagere huishoudinkomens er harder op achteruit gaan dan de hogere.



Verschillende benaderingen van ongelijkheid geven andere uitkomsten
Terwijl bovenstaande grafiek laat zien dat de inkomens-ongelijkheid in Nederland, in ieder geval van 2008 tot 2012, aanzienlijk is toegenomen,
wordt in een onderzoek van het Centraal Planbureau (CBS) uit 2017 geconstateerd dat de inkomens-ongelijkheid in Nederland deze eeuw niet groeit. [13]
Bij onderzoeken met deze conclusie wordt uitgegaan van de eerder vermelde gini-coëfficiënt, die zoals gezegd niet altijd geschikt is om dit soort verschillen te meten. [14]


Ook zegt het CBS in 2017 over de salarissen in Nederland:
Ondanks dat het goed gaat met de economie voelen we er niets van in de portemonnee. Van iedere euro die verdiend wordt gaat 73 cent naar de werknemer. In 2013 was dat nog 78 cent. Een steeds groter gedeelte van wat verdiend wordt gaat naar het bedrijfsleven en zijn aandeelhouders. Dit is wereldwijd het geval. [15]


De directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gaat verder en constateert dat er een groot verschil is tussen diverse bevolkingsgroepen, onder andere over wat men merkt in de portemonnee: Hoger opgeleide -witte mannen- met een goede baan oordelen positiever dan lager opgeleiden. Maar ook zijn er nu grotere inkomensverschillen tussen oud en jong dan een aantal jaren geleden. Eenzelfde scheidslijn ligt tussen VVD en PVV stemmers.
De grootste verschillen bestaan tussen opleidingsniveau en etnische achtergrong. [16]


Inkomensongelijkheid kan niet optimaal gemeten worden op de manier waarop de economen dat vaak doen, met abstracte data over inkomens.
Uiteindelijk is de essentie van inkomensongelijkheid wat men ervaart als rechtvaardig en wat niet niet meer als rechtvaardig gezien wordt.
Het SCP concludeert dat 53% van de Nederlanders vinden dat het de verkeerde kant op gaat in Nederland. De directeur van het SCP beargumenteert dat inkomensongelijkheid daarbij ook een belangrijke rol speelt. [16]


Het opmerkelijke aan deze tegenstijdige berichtgeving is dat economen de signalen van onderzoekers uit andere vakgebieden niet betrekken bij hun conclusies.
En omdat iedereen datgene uit de media haalt wat correspondeert met de eigen opvattingen blijven deze tegenstrijdigheden over ongelijkheid bij de bevolking bestaan. Iedereen leeft in zijn eigen bubbel en oordeelt daarna.

2.2. Vermogensverschillen zijn groot

Het vermogen van gezinnen in een aantal Europese landen is weergegeven in onderstaande grafiek met data van HFCS. [17]
De gezinnen zijn onderverdeeld in vijf categorieën, variërend van de minst vermogende oplopend tot de meest vermogende categorie. Het minst vermogende deel van de Belgen bezit 0,3% van het totale Belgische vermogen. De minst vermogende Nederlanders hebben een een schuld die 3,6% van het totale Nederlandse vermogen bedraagt. In Nederland en in mindere mate Duitsland heeft een vijfde deel van de samenleving forse schuld. De meest vermogende Belgen en Nederlanders bezitten respectievelijk 61% en 62% van het totale vermogen.



Het is ook mogelijk de tegenstellingen wat te verscherpen door de cijfers anders te presenteren:
De 1% rijkste Belgen bezit 12% van het totale vermogen. De top 5% bezit 32% van het totale vermogen. [18]
De rijkste 1% Nederlanders bezit in 2014 een kwart van het totale vermogen. [19]

De verschillen tussen arm en rijk zijn zeker niet klein. Als er de trend is dat deze verschillen groeien dan zal dit de economie niet ten goede komen.

2.3. Vermogensverschillen groeien tijdens de crisis maar ook daarna

De Nederlandse samenleving behoort voor wat betreft vermogen wel tot de meest ongelijke in de wereld. De rijkste 1% bezit in 2014 een kwart van het totale vermogen. Voor de kredietcrisis was dat een vijfde. [19] [20]




Bovenstaande grafiek is gebaseerd op data van het CBS. [21]
We kunnen ongelijke verdeling van vermogen zien toenemen tijdens de crisis. De armste 10% blijft een grote schuld houden en de rijkste 20% van de bevolking profiteert. De bevolkingsgroepen ertussenin blijven gelijk of gaan erop achteruit.
Er valt dus duidelijk een verschuiving van de vermogensverdeling richting rijkste 20% en meer nog richting rijkste 10% waar te nemen. [22] [23]

Voor België zijn vergelijkbare data niet beschikbaar omdat er voor 2010 niet gemeten werd.
Vermogensverschillen groeien na de crisis
Het is logisch dat bij economische voorspoed de vermogensverschillen toenemen. Deze nieuwe boost voor bedrijven betekent dat ondernemers, aandeelhouders en beleggers fors meer bezit krijgen.
De eerste indicaties na de crisis, in 2017, zijn dat de vermogensverschillen in Nederland inderdaad blijven toenemen. [24]

3. Verschil tussen arm en rijk in Europa groeit richting ongelijkheid van de VS

De VS staat er anno 2014 economisch gezien het minst slecht voor in de geïndustrialiseerde wereld. Toch is in de VS een grote groeiende kloof tussen arm en rijk waardoor een steeds groter deel van de samenleving niet mee profiteert van de economische ontwikkelingen.

The Financial Times schrijft op basis van onderzoek van Pew Research dat de middenklasse in de VS kleiner en kleiner wordt en nu geen meerderheid meer vormt in de Amerikaanse samenleving. [25]
Vaak wordt dit grote verschil tussen arm en rijk gezien als een van de redenen van de verkiezingsoverwinning van Trump in 2017.

In de Europese economieën is het verschil tussen arm en rijk nog niet zo groot als in Amerika. In Amerika hebben vermogensbeheerders (schaduwbanken) een veel grotere stempel op de economie gedrukt.
Het kapitalisme van Amerika, waarbij meer nadruk ligt op kortetermijnwinst en winst ten koste van alles, doet ook zijn entree in Europa. [26]
Ondanks het feit dat in Amerika de economische groei door de jaren heen niet veel verschilt van die in Europa, is het verschil tussen arm en rijk daar veel groter. Het Pew Research Center meldt dat in 2014 24% van de Amerikanen op enig moment gedurende het jaar geen eten kunnen kopen, veel meer dan het gemiddelde percentage van 16% in Europa.

Omdat deze trend van door vermogenbeheerders gestimuleerde kostenbesparingen doorzet , zie Voortdurende kostenbesparingen knijpen de economie, zal de kloof tussen arm en rijk in Europa groeien richting die van Amerika.
Ook in het rapport van de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 'Hoe ongelijk is Nederland' wordt de verwachting uitgesproken dat de kloof tussen arm en rijk gaat groeien in Nederland. [27]

4. Als de rijken rijker worden neemt de economische groei af

Een wijdverbreide opvatting is dat als de rijken maar rijk genoeg zijn dit geleidelijk aan ook zal zorgen voor meer rijkdom bij de middenklasse en de armen. Dit wordt ook wel het 'trickle down effect' genoemd.

Een onderzoek door werknemers van het IMF toont heel duidelijk aan dat het tegendeel het geval is. Het onderzoek toont aan dat als het inkomen van de rijken groter wordt, de economische groei na een tijd minder wordt. [28]
Eén van de superrijken legt dit in eenvoudige bewoordingen uit in zijn TED talk 'Rich people don't create jobs'. [29]


Ook zetten rijken de maatschappelijke en economische regels naar hun hand en benadelen daardoor de rest van de bevolking. Dat wordt door Chrystia Freeland toegelicht in de TED talk 'The rise of the new global superrich'.
The rise of the new global superrich

Er treedt een psychologisch effect op als iemand meer welvaart dan anderen heeft: zijn empathie voor anderen vermindert, hij vindt eerder dat hij recht op alles heeft en zijn egoïsme wordt groter. Dit wordt toelicht in de TED talk 'Does money make you mean?'.
Does money make you mean?

Aangezien het merendeel van de rijken geen empathie kunnen opbrengen voor mensen met lagere inkomens zullen rijken, afgezien van liefdadigheidsuitgaven die maar een klein deel van hun inkomsten vormen, geen actie ondernemen om de middenklasse en de armen vooruit te helpen.

5. Ongelijkheid is nu al schadelijk voor de economie

De OESO heeft berekend dat in 20 jaar België en Nederland respectievelijk zo'n 3% en 5% aan economische groei missen door de inkomensongelijkheid. De OESO berekeningen zijn weergegeven in onderstaande grafiek.

Voor een gedetailleerde uitleg bij grafiek wordt verwezen naar [30]


In onderstaande video licht de OESO toe wat de effecten van de afnemende groei door inkomensongelijkheid zijn op de economie.
Video van OECD over inkomensongelijkheid:
Income inequality undermines growth

Jammer genoeg heeft de OECD alleen naar inkomensongelijkheid gekeken en niet naar vermogensongelijkheid die in België en met name in Nederland enorm groot zijn. En volgens het onderzoek van de econoom Piketty is juist vermogensongelijkheid slecht voor economische groei.

6. Het antwoord van de even­wichts­eco­nomie

Het mag inmiddels duidelijk zijn: de kloof tussen arm en rijk groeit. En een te grote kloof is schadelijk voor de economie. Links en rechts mogen het oneens zijn over wanneer de kloof precies te groot wordt, maar op enig moment in de toekomst wordt de kloof schadelijk en wordt onze maatschappij niet meer leefbaar voor een groter deel van de bevolking. De maatschappij en de economie worden instabieler.

En het is vrijwel onmogelijk om de groei van de ongelijkheid te stoppen of de ongelijkheid te verkleinen. [31]

In onderstaande documentaire 'Gelijkheid' van documentaire-drieluik 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap' wordt door onderzoekers onderbouwd dat meer gelijkheid, zelfs een grote mate van gelijkheid, leidt tot een betere en gelukkigere samenleving.
Vrijheid Gelijkheid Broederschap afl 2 Gelijkheid

We zullen zien dat in de evenwichts­economie burgers zelf de mate van (on-)gelijkheid bepalen en daarmee hun samenleving kunnen vormen.
De evenwichts­economie gaat een vermindering van de ongelijkheid bewerkstelligen. De pijlers van de evenwichts­economie die dit bewerkstelligen worden nu besproken.
Geen concentratie van kapitaal door uitsluitend lokaal bezit
In Organisaties in handen van gemeenschap en Beheer­organisatie wordt toegelicht dat organisaties -de vervangers van bedrijven in de evenwichts­economie- en huizen niet in handen zijn van investeerders maar in handen van de lokale gemeenschap. Hierdoor kunnen geen extreme ongelijkheden in kapitaalsbezit ontstaan.
Geen rendement op kapitaal
Bij Organisaties in plaats van banken wordt een financieel systeem geïntroduceerd waarin rendement op kapitaal niet mogelijk is. Het mechanisme waardoor rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer is hiermee binnen de evenwichts­economie uitgeschakeld.
Evenwichtige salarisverdeling
Ook wordt salariëring uiteindelijk bepaald door alle betrokkenen bij de organisatie. Dat is de hele lokale gemeenschap waaraan de organisatie levert. De personen in de leiding - afhankelijk van hoe de organisatie is vormgegeven - hebben hierbij hoogstens een adviserende functie. Bij het thema Werkverdeling wordt toegelicht hoe een evenwichtige salarisverdeling tot stand komt.
Geen machtsconcentratie
Doordat kapitaal en salaris evenwichtig verdeeld worden binnen iedere gemeenschap in de evenwichts­economie is het niet mogelijk dat er een elite van rijken bestaat die, zoals in paragraaf 5 is toegelicht, geen empathie voor minder verdienenden kunnen hebben. Hierdoor komt dit belangrijk mechanisme dat ongelijkheid in stand houdt te vervallen. Daarnaast zullen er geen onbreekbare machtsstructuren gevormd door een kleine groep zijn omdat de lokale gemeenschap uiteindelijk bepalend is bij alles wat binnen haar grenzen gebeurt. Hierop wordt ook ingegaan bij het thema De maatschappij heeft onvoldoende zelfreinigend vermogen.
Goede balans in mate van gelijkheid ontstaat vanzelf
In kapitalistische economische systemen wordt de mate van ongelijkheid bepaald door de politieke overtuiging van de politici en machthebbers.
De mate van ongelijkheid binnen de evenwichts­economie is geen resultaat van politieke overtuigingen, maar gebaseerd op praktische menselijke afwegingen. De evenwichts­economie evolueert naar een soort optimum doordat deze afwegingen telkens weer opnieuw gemaakt worden, kijkend naar eerdere resultaten. In de lokale gemeenschappen wordt door de Verbindende organisatie op basis van consensus periodiek bijgesteld hoe werk en producten verdeeld worden. Zie ook Werkverdeling. Bijbehorende prijzen en lonen die dit mogelijk maken, worden in consensus periodiek bijgesteld door de Monetaire organisatie. Deze structuur zal in eerste instantie ervoor zorgen dat de ongelijkheid tussen burgers in de gemeenschap niet extreem hoog zal zijn. De structuur van de evenwichts­economie zorgt verder voor het ontstaan van sociale cohesie binnen lokale gemeenschappen. Menselijke afwegingen worden hierdoor langzamerhand belangrijker dan afstandelijke politieke standpunten. Deze sociale structuur zal er uiteindelijk toe leiden dat men elkaar onderling zaken gunt, ook een eerlijk loon. Hierdoor neemt de ongelijkheid af.

Naarmate de ongelijkheid afneemt zal, als deze door 'Piketty gevonden' economische wetmatigheid klopt, de lokale economie beter draaien. Men zal dan overwegen om de ongelijkheid verder te laten afnemen om het welzijn van iedereen en de lokale economie te bevorderen. Uiteindelijk wordt een soort optimum bereikt. In de praktijk zal door de gemeenschap telkens weer opnieuw een afweging gemaakt moeten worden tussen 'als eerlijk ervaren ongelijkheid' en 'oneerlijke ongelijkheid'.

Ook kunnen lokale gemeenschappen leren van elkaars successen bij het zoeken naar 'eerlijke' ongelijkheid. Het ligt voor de hand dat daarbij gekeken wordt naar de kracht van de lokale economie en de manier waarop we het prettigst met elkaar kunnen samenleven.

Omdat ongelijkheid nu al schadelijk is voor de economie (paragraaf 6) lijkt het logisch dat de ongelijkheid in de evenwichts­economie lager zal zijn dan de ongelijkheid anno 2014 in Nederland en België.

Bij Minder ongelijkheid vormt een degelijke economische basis wordt toegelicht waarom de evenwichts­economie waarschijnlijk vanzelf zal evolueren naar veel minder ongelijkheid dan die we in Nederland en België anno 2014 kennen.
Samenvattend
In de evenwichts­economie hoeven regeringen niet het initiatief te nemen bij het reguleren van ongelijkheid. Bijbehorende politieke beslissingen zijn namelijk uiteindelijk het resultaat van politieke keuzes en leiden daarom niet tot een economisch optimum in gelijkheid/ongelijkheid. In de evenwichts­economie maakt de lokale gemeenschap zelf onderling uit hoe de lokale samenleving het best functioneert. Daarbij spelen menselijke overwegingen een veel grotere rol dan ideologie. En men kijkt heel praktisch naar hoe de lokale economie het best draait. Dit zal leiden tot een samenleving met minder ongelijkheid.

Referenties

U.S. stands out as a rich country where a growing minority say they can’t afford
Armoede in Nederland stijgt sterk, 2012
Werkloosheid daalt verder naar 8,4 procent
Armoede in België in cijfers
België kampt ook in 2014 met toenemende werkloosheid
Werkloosheid in Duitsland blijft stabiel
Britse werkloosheid daalt naar laagste punt in vijf jaar
Langdurige armoede blijkt hardnekkig
Schulden spelen een steeds grotere rol in onze economie. Doordat we schulden en adreslozen niet meetellen is er waarschijnlijk meer armoede dan we op basis van de statistieken verwachten.
OECD-rapport over inkomens­ongelijk­heid in EU. Hogere inkomens gaan er fors op vooruit
Inkomensongelijkheid groeit in Nederland harder dan elders
UBS Investment Research Global Economic Perspectives
Inkomensverschillen in Nederland in deze eeuw nagenoeg onveranderd
Door naar de formule van de gini-coëfficient en de gebruikte data te kijken kan worden aangetoond dat deze coëfficiënt niet altijd geschikt is voor het meten van ongelijkheid.
We zijn rijk maar we kopen er niets voor.
Het SCP over hoe Nederlanders tegen de economie en hun eigen financieële situatie aankijken
Rapport: de Belgische economie in de mondiale ketens van de toegevoegde waarde
De 5% rijksten Belgen bezitten evenveel als de 75% armsten
Rijkste 1% bezit bijna een kwart van alle vermogen
De allerrijkste Nederlanders kunnen door goede adviseurs hun geld beter laten beleggen.
Tabel met vermogensklassen verzameld door het Centraal Bureau voor de Statistiek
Kritiek van De Telegraaf: het gangbaar is om bij ongelijkheid te kijken naar inkomensverschillen
Note: Er zijn verschillen tussen de data van het CBS en de HFCS uit de vorige paragraaf
America’s Middle-class Meltdown: Core shrinks to half of US homes
Bolkestein: EU wacht kapitalisme volgens Amerikaans model
Hoe ongelijk is Nederland? Rapport van de WRR
Causes and Consequences of Income Inequality:A Global Perspective.
De rijken creëren geen banen. Alleen consumenten samen creëren banen
Ongelijkheid remt economische groei, maar in Nederland valt het erg mee
Interview: "We have this community of rich people who genuinely believe that they are the wealth creators and they should get every advantage and break"
[1] Pew Research Center, onderzoek 2013 U.S. stands out as a rich country where a growing minority say they can’t afford
[2] Armoede in Nederland stijgt sterk
[3] Werkloosheid daalt verder naar 8,4%
[4] Armoede in België in cijfers
[5] België kampt ook in 2014 met toenemende werkloosheid
[6] Werkloosheid in Duitsland blijft stabiel, weg
[7] Britse werkloosheid daalt naar laagste punt in vijf jaar
[8] Vragen over armoede aan staatssecretaris klijnsma, dec 2016
Lang na de krisis, in 2018, is de armoede in Nederland nog niet noemenswaardig gedaald
[9] De correspondent: Er leven veel meer nederlanders in armoede dan we denken, 2017
[10] OECD-rapport over inkomensongelijkheid in EU.
Der Geld-Check, Duitstalige reportage over groeiende inkomensverschillen in Duitsland, ARD 31 oktober 2016
Inkomensverschillen groeien in Nederland, vooral hoge inkomens gaan erop vooruit , AD 4 januari 2018
Inkomensverschillen groeien in Nederland, vooral hoge inkomens gaan erop vooruit en deeltijdwerkers gaan erop achteruit volgens loonstrookverwerker, BNR 4 januari 2018 (5:30 min)
De gematigde jaren zijn voorbij: topinkomens fors omhoog, vooral bij de multinationals, 2019
[11] Inkomensongelijkheid groeit in Nederland harder dan elders
[12] UBS Investment Research Global Economic Perspectives
[13] Inkomensverschillen in Nederland in deze eeuw nagenoeg onveranderd blijkt uit onderzoek CBS 2017
[14] Note: Dat de gini-coëfficiënt niet altijd geschikt is om toenemende ongelijkheid te voorspellen kan worden aangetoond door naar de formule en de gebruikte data te kijken.
Indien bijvoorbeeld een grote middenklasse verder wegzakt richting armen en een kleine groep rijken rijker wordt dan heeft dat weinig effect op de gini-coëfficiënt omdat de grote middenklasse en de armen steeds gelijker worden en de kleine groep rijken dit effect weer opheft.
[15] We zijn rijk maar we kopen er niets voor, Sander van Mersbergen 2017

Toelichting over de bevindingen van het CBS dat burgers niet profiteren van de goed draaiende economie.
Met ons gaat het goed, met mij gaat het slecht, 2017

Mooie cijfers nu de beloning nog, 2017
[16] Kim Putters directeur van het SCP in een uitgebreid interview over hoe de verschillende bevolkingsgroepen in Nederland tegen de economie en hun eigen (financieële) situatie aankijken.
Geluidsfragment van interview Kim Putters in BNR, Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht, 2017
Globale samenvatting interview, Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht, 2017
[17] De Belgische economie in de mondiale ketens van de toegevoegde waarde.
Op pagina 57 van het rapport is de data bij de grafiek te vinden
[18] De 5% rijksten Belgen bezitten evenveel als de 75% armsten
[19] Rijkste 1% bezit bijna een kwart van alle vermogen
[20] De rijkste 1% van alle Nederlanders bezit ongeveer 25% van het totale vermogen. De kloof tussen rijk en arm is daarmee gegroeid. De allerrijkste Nederlanders kunnen door goede adviseurs hun geld beter laten beleggen.
[21] Tabel uit databank Staline, met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Vermogensklassen; particuliere huishoudens naar diverse kenmerken
[22] Kritiek van De Telegraaf bij de conclusies bij de tabel van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
De Telegraaf zegt dat het gangbaar is om bij ongelijkheid te kijken naar inkomensverschillen

Rijken worden weer rijker in Nederland: Additionele informatie over groei van vermogen
[23] Note: Er zijn verschillen tussen de data van het CBS en de HFCS uit de vorige paragraaf.
Doorrekenen van CBS cijfers resulteert in percentage van 74% (2006) en 78% (2012) voor 20% rijkste deel, terwijl HFCS een percentage van 60% (2010) geeft. Dat ligt aan de manier waarop gemeten wordt. Deze verschillen zijn niet van belang voor de conclusies die er getrokken worden
[24] Dit zijn de miljonairs van ons land, 2017
Weer meer Nederlandse Miljonairs: hoe komen ze aan hun geld?, 2017
'Ongelijkheid blijft groeien, rijken betalen steeds minder belasting' , NOS, 2020
De coronacrisis is een ‘onvoorstelbare gamechanger’ voor de arbeidsmarkt , NRC, 2020
Sociologen: Coronacrisis vergroot ongelijkheden in de samenleving , Het Sociologenpanel, 2020
Ongelijkheid blijft groeien in Nederland
[25] America’s Middle-class Meltdown: Core shrinks to half of US homes
[26] Oud liberaal politicus Bolkestein: EU wacht kapitalisme volgens Amerikaans model
[27] Rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).
Hoe ongelijk is Nederland? Een verkenning van de ontwikkeling en gevolgen van economische ongelijkheid. In hoofdstuk 7 van het rapport wordt de verwachting uitgesproken dat kloof tussen arm en rijk gaat groeien in Nederland
Hoe ongelijk is Nederland?
Overzicht publicaties WRR
[28] Causes and Consequences of Income Inequality: A Global Perspective.
IMF, juni 2015
[29] De miljardair Nick Hanauer in de TED talk 'Rich people don't create jobs'.
De rijken creëren geen banen. Alleen consumenten samen creëren banen
[30] Ongelijkheid remt economische groei, maar in Nederland valt het erg mee
[31] Video rapportage: Matt Taibbi and Chrystia Freeland on the One Percent's Power and Privileges.
"We have this community of rich people who genuinely believe that they are the wealth creators and they should get every advantage and break"